door Cynthia Meevis

Afgelopen zomer zorgde de eikenprocessierups voor veel overlast in Nederland. De vlijmscherpe brandhaartjes die de rups afschiet bij gevaar, zorgde bij veel mensen jeuk, roodheid, bultjes, ademhalingsklachten en oogproblemen. In veel gemeenten werd er gedaan aan symptoombestrijding, maar het onderliggende probleem werd op grote schaal niet opgelost. Bij veel organisaties werkt dit ook zo. We zien dat er vandaag problemen zijn, we lossen ze voor de korte termijn op en iedereen is weer even gerustgesteld. Maar wordt daarmee ook naar het onderliggende probleem gekeken?

De rups als plaag
De eikenprocessierups. Een insect die van oorsprong uit delen van Zuid-Europa komt, maar die al vanaf begin jaren negentig in Nederland te vinden is. Afgelopen zomer is het aantal rupsen verdriedubbeld ten opzichte van voorgaande jaren. Vol verbazing stonden veel Nederlanders dan ook te kijken naar deze ontwikkeling, hoewel de redenen waarom dit gebeurt logisch zijn: Er is meer voedsel voor deze rups omdat eikenbomen massaal worden gepland in strakke lanen. Daarnaast worden de bermen hiervan volop gemaaid waardoor de natuurlijke vijand van de rups hier niet meer wilt leven. En daarbij speelt de klimaatverandering een grote rol: Het wordt steeds warmer in Nederland waardoor de rups eerder actief is. Hierdoor wordt het onder controle houden van de rups steeds lastiger en kostbaarder.

De eerste meldingen van de rups kwamen al medio maart. De bestrijding werd opgestart, met de hoop er al vroegtijdig bij te zijn waardoor de rupsen zich niet verder kon verspreiden. Door de chemische stof Xentari in de bomen te spuiten worden de rupsen gedood, maar niet alleen de rupsen, alle insecten in deze boom. De meldingen bleven in extreme mate de gehele zomer binnenkomen, door het hele land. De gemeenten konden de bestrijding niet meer aan, met alle gevolgen van dien: inwoners kwamen zelf met ‘praktische’ oplossingen door huishoudfolie om de boom (dus over het nest) heen te wikkelen, er werden verfbranders op de nesten gezet en bij een gemeente zijn de rupsen voor de komende acht jaar begraven in de grond. Er werd zelfs geopperd om alle eikenbomen in Nederland te vervangen door andere boomsoorten.

En ook maatschappelijk maakte de rups nogal wat los: Zo werd er op facebook een evenement georganiseerd: knuffelen met de processierups, waar meer dan 67.000 mensen geïnteresseerd in waren. Nu werd dit natuurlijk als een grap gezien, toch werd de gemeente Gilze Rijen overspoeld met telefoontjes wat er precies ging gebeuren, waardoor ze serieuze maatregelen hebben moeten nemen. Festivals werden niet alleen in Nederland, maar ook bij onze Zuiderburen, zoals Rock Werchter, deels ontruimd vanwege de rups. De bestrijdingsdiensten weigerden op een gegeven moment om verder te gaan met het verbranden van de nesten, de angst dat zakken zouden breken en dat de rupsen alsnog los konden komen was groot, en dus daarmee hun eigen gezondheid in het geding kwam. Daarnaast hadden ze geen plek meer om de rupsen te bergen.

Wordt er daadwerkelijk aan een oplossing gewerkt?
Wanneer je al deze feiten op een rijtje zet en er even van een afstandje naar kijkt, zie je dat er nog steeds geen structurele oplossing is en dat er ook slecht naar het onderliggende probleem wordt gekeken. In plaats daarvan lijkt er een anarchie te heersen en is er geen eenduidige sturing op hoe het probleem nu daadwerkelijk op te lossen. Bijkomend feit is dat de processierups ook gelijk als verdienmodel wordt gezien. Apotheken, supermarkten en drogisterijen zijn maar wat blij dat er weer zalfjes en pillen verkocht kunnen worden. Er zijn wellicht tientallen mensen in Nederland die zich met het daadwerkelijke probleem bezighouden, maar hoe zorg je er nu voor dat de probleemstelling en de bijbehorende oplossing beklijft op de plekken waar het hoort?

Zo zie ik dit ook in veel organisaties terugkomen. Laten we de zorgsector als voorbeeld nemen. Door zorgorganisatie X wordt gekeken hoe men de planning van vandaag rond kan krijgen, hoe de cliënten vandaag verzorgd kunnen worden en hoe de productiviteitscijfers gehaald kunnen worden. Maar wordt er nog wel gekeken naar ontwikkelingen die op lange termijn om actie vragen: de vergrijzing, uitstroom van medewerkers, etc.? Wanneer je deze vraag aan de top van een organisatie vraagt, wordt er vaak beantwoord dat dit wel de focus heeft. Echter laat het gedrag in praktijk anders zien. De focus ligt niet op de lange termijn problemen, de focus ligt niet op de medewerkers. Sterker nog, de medewerker heeft soms het gevoel wel eens een processierups te zijn. Als een plaag behandeld worden in plaats van datgene wat ze daadwerkelijk zijn: het belangrijkste kapitaal van een organisatie.

Onderzoek de rups.
Wat bij veel Nederlanders niet bekend is, is dat er al 3 jaar lang onderzoek wordt gedaan naar de ontwikkeling van de processierups. In de gemeente Westerveld is onder leiding van de Boermarke Wapserveen, een lokale overkoepelende organisatie voor de agrarische sector, het project ‘Natuurlijke bestrijding eikenprocessierups’ gestart. Dit doen zij in samenwerking met de Universiteit van Wageningen. Gedurende drie jaar wordt gekeken hoe het aantal eikenprocessierupsen zich ontwikkelt. Daarnaast wordt er in dit onderzoek gekeken welke invloeden effect kunnen hebben op het verminderen van de eikenprocessierups. Dit om tot een optimaal en duurzame oplossing te komen. Uit het onderzoek zijn verrassende resultaten gekomen die simpel en logisch op te lossen zijn.

Om dus goed de tijd te nemen om onderzoek te doen waar het probleem ligt en om meer slagkracht te bereiken is van essentieel belang. Maar hoeveel organisaties doen dit daadwerkelijk? Hoe gebeurt dit bij jou? Zijn er ergens resultaten terug te vinden van de daadwerkelijke aanpak die ingevoerd is? Worden de juiste vragen gesteld? Worden medewerkers die het echte werk uitvoeren gevraagd wat er echt speelt? Wat heeft de medewerker nodig om haar werk goed uit te kunnen voeren, met andere woorden hoe is de facilitering? Het zijn slechts enkele vragen die leiden tot een goed advies om uit te voeren.

Investeer in de natuur van jouw organisatie
In het Drentse dorp Wapserveen werden er dit jaar succesvolle resultaten bereikt naar aanleiding van het onderzoek die gedaan is naar de eikenprocessierups. Er zijn vorig jaar duizenden planten van tientallen soorten aangeplant om natuurlijke vijanden van de eikenprocessierupsen te lokken, zoals sluipwespen, sluipvliegen, gaasvliegen en zweefvliegen. Ook zijn er nestkasten opgehangen om vogels als koolmezen, pimpelmezen, mussen en andere soorten vogels die insecten eten naar het dorp te krijgen. Dit werd gedaan door iedereen uit het dorp. Er werd samengewerkt met alle dorpbewoners, basisscholen werden erbij betrokken om te leren over de natuur en iedereen werkte vanuit hetzelfde belang: de natuur weer herstellen.
Hierdoor waren er afgelopen zomer 80% minder nesten en 90% van de nesten zijn aangevreten door natuurlijke vijanden van de rups. Een geweldig resultaat waarbij er een duurzame investering wordt gedaan om de natuur te herstellen zoals het van oorsprong zou moeten.

De kijk naar de processierups bepaalt ook de aanpak. Wanneer de rups als een grote bedreiging wordt gezien dan wordt er een gasbrander op gezet. Maar wanneer je je realiseert dat de natuur ontwricht is, door onder andere de klimaatverandering, moet de natuur een handje gelopen worden. Zo werkt dat met een organisatie ook. Blijf je naar je (commerciële) resultaten van vandaag kijken of ga je daadwerkelijk luisteren naar wat er nodig is en daar een concrete actie op uitvoeren wat leidt tot een duurzame organisatie?

Dus mijn vraag aan jou: Zie je jouw medewerker als een processierups die zijn brandhaartjes afschiet of zie je de potentie en ga je hem helpen door de omstandigheden in de ‘natuur om hem heen’ weer te herstellen?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CONTROLE * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.